Boren in hout
In het kort
- Een houtboor snijdt. Zodra de punt eruit komt scheurt de achterkant, tenzij er een offerplankje achter zit.
Hout laat zich makkelijk boren, maar geeft snel een lelijk gat. Het verschil zit in de boorsoort en in de manier waarop de boor het materiaal verlaat.
Boorsoorten
| Boor | Waarvoor |
|---|---|
| Houtspiraalboor | gewone gaten tot ongeveer tien millimeter |
| Speedboor | snel grote gaten, ruwe rand |
| Forstnerboor | vlakke bodem, nette rand, potscharnieren |
| Slangenboor | diepe gaten in balken |
| Verzinkboor | schroefkop verzinken zodat die vlak ligt |
Uitscheuren voorkomen
- Klem een stuk afvalhout tegen de achterzijde en boor daar doorheen.
- Of boor van beide kanten: stop zodra de punt aan de andere kant net doorkomt en boor het gat vanaf die zijde af.
- Werk met hoog toerental en gelijkmatige druk, niet met kracht.
Voorboren voor schroeven
In hardhout en in de kopse kant van hout splijt het materiaal zonder voorboren. Boor een gat ter dikte van de kern van de schroef, dus zonder de schroefdraad mee te rekenen. In zachte houtsoorten en in plaatmateriaal is voorboren vooral nodig dicht bij de rand.
Scharnieren
Voor het inlaten van scharnieren en potscharnieren geeft een scharnierfrees een vlakke bodem op de juiste diepte. Een gewone boor laat een punt in de bodem achter, waardoor het scharnier niet vlak ligt.